"Als iets fout voelt voor jou, dan is dat fout genoeg"
Adjua (26) over opgroeien zonder veiligheid, de kracht van kwetsbaarheid en waarom praten altijd de moeite waard is.
Wie Adjua vandaag ziet, ziet een student, een artiest, iemand die muziek maakt en af en toe op een podium staat. Maar Adjua is ook ervaringsdeskundige. Hij groeide op in armoede en in de jeugdzorg, zonder de veiligheid die elk kind nodig heeft, en werd als kind herhaaldelijk slachtoffer van seksueel misbruik. Vandaag, op zijn 26ste, zet hij die ervaringen om in muziek, in gesprekken op scholen en in dit interview. Niet omdat praten gemakkelijk is, maar omdat hij weet wat zwijgen kost. “Erover praten verandert niet wat er is gebeurd. Maar het maakt wel dat ik het niet alleen draag.”
Veel dingen in één mens
Adjua stelt zichzelf voor als “veel dingen”: student, muzikant, vrijwilliger, ervaringsdeskundige. Die muziek is voor hem meer dan een hobby. “Muziek helpt mij om mijn gevoelens te vertalen en te uiten waar ik mee zit, zonder dat ik een lastig gesprek moet hebben. Ik kan kwetsbaar zijn en daar kunst van maken.”
Wat het hem oplevert? Vooral herkenning, en opluchting. “Anders zit dat in je hoofd en blijft dat in je hoofd. Dat is niet gezond. Kunnen delen en op die manier gehoord worden, dat heelt.”
Nooit weten wat er komt
Vraag Adjua wat hij als kind het meest heeft gemist, en het antwoord komt zonder aarzelen: een veilige thuis. “Ik had veel nood aan veiligheid en geborgenheid. Gewoon kind kunnen zijn, zonder dat dat gevolgen heeft.”
Wat onveiligheid precies betekent, is voor wie veilig opgroeide moeilijk te vatten. Adjua vat het in één woord: onvoorspelbaarheid. “Ik woonde thuis met mijn mama, die mentaal ziek was. Zij kon mij heel veel liefde en warmte bieden, maar ze kon ons ook pijn doen. Ik wist nooit op voorhand of ik liefde ging krijgen of pijn.”
Op zijn vijfde werd hij in een instelling geplaatst, omdat thuis niet veilig was. Maar ook daar vond hij geen veiligheid. “Dat hoorde een veilige plek te zijn. Maar ook daar gebeurden dingen die niet correct waren. Ik wist nooit of ik een goede dag ging hebben, of dat er pijn ging zijn.” Als kleuter werd hij er herhaaldelijk misbruikt door een begeleider. Later, tussen zijn negende en elfde, gebeurde hetzelfde bij een babysitter waar hij vaak op weekend ging. Het misbruik werd gefilmd. “Ik ben ook slachtoffer van kinderporno. Het heeft heel lang geduurd.”
Altijd op je hoede
Als kind verdween Adjua vaak in zijn fantasie, een manier om niet constant angstig te zijn. “Maar ik was wel heel vaak angstig.” En omdat de onveiligheid de norm werd, besefte hij lang niet wat correct was en wat niet. “Pas toen ik begon te puberen en mijn emoties moest leren reguleren, ging het mis. Ik vertrouwde geen volwassenen meer. Ik besefte nooit dat ik wel veilig was. Ik bleef altijd op mijn hoede en liet niemand echt dichtbij, uit angst dat het zich zou herhalen.”
Dat wantrouwen uitte zich in zijn gedrag. “Volwassenen horen veiligheid en geborgenheid te bieden. Maar ik was heel achterdochtig en bang van iedereen. Ik ging als kind al duwen om mensen op afstand te houden. Ik was mensenschuw geworden.”
De impact reikt tot vandaag. Nachtmerries, flashbacks, angsten, depressies. “Ik kan niet altijd onderscheiden wat een herinnering is en wat echt is. Een simpele aanraking of een schouderklop kan een trigger zijn. Het misbruik schaadt je op elk vlak van je ontwikkeling: emotioneel, mentaal en fysiek. Het maakt dat je niet gewoon kind kunt zijn, kunt ontdekken, leren, leven en liefhebben. Ik moest altijd eerst iets overwinnen voordat ik iets kon beleven.”
Overleven is een talent, geen leven
Adjua heeft lang enkel kunnen overleven. “Het heeft heel lang geduurd voordat ik gewoon kon beginnen met leven. Daardoor sta ik achter tegenover leeftijdsgenoten. Zij konden al veel sneller leven en ontdekken, zich druk maken over studies en werk, over wie ze wel en niet zijn. Terwijl ik nog heel lang bezig was met: hoe blijf ik in leven, en hoe vind ik levenslust?”
Zijn trauma kan hij niet loskoppelen van wie hij is. Maar dat ziet hij niet alleen negatief. “Het maakt ook dat ik echt ben, dat ik gevoelig ben, dat ik heel veel geef om de mensen rondom mij en dat ik sociaal geëngageerd ben.”
Een brief als eerste woorden
Als kind wist Adjua wel wat fout voelde, maar niet wat echt fout was. “Die grens is heel dun, zeker omdat het om volwassenen gaat. Als kind leer je heel snel: volwassenen zijn juist, kinderen moeten volgen. Er was ook niemand bij wie ik kon toetsen: dit gebeurt, klopt dat wel?”
De eerste keer dat er echt woorden kwamen voor wat hem was overkomen, was hij een jaar of veertien. Hij schreef een brief en gaf die aan een begeleider. “Dat was de eerste keer dat ik herkenning kreeg: dit is niet oké, dit is heel erg.” Iemand had hem gelezen.
Die erkenning blijkt essentieel. “Ik verlang altijd naar erkenning, ik heb daar veel nood aan. Maar het heeft lang geduurd voor ik leerde dat ik geen erkenning kan krijgen als ik niet deel wat ik voel of heb ervaren.”
Praten zonder grote gevolgen
Bij nupraatikerover.be kunnen kinderen en jongeren anoniem en gratis chatten met een medewerker, op hun eigen tempo. Wat zou dat betekend hebben voor de kleine Adjua? “Ik denk dat de kleine ik dat heel hard heeft gemist. Ik vind het mooi om te horen dat dat bestaat.”
Wat hem het meest aanspreekt, is de combinatie van anonimiteit en vrijblijvendheid. “Met een leerkracht praten, dat is zo’n grote stap. Anoniem kunnen babbelen, je hart luchten, op je eigen tempo, zonder dat er iets wordt verwacht en zonder grote gevolgen: dat is belangrijk.”
Die angst voor gevolgen verdient uitleg, vindt hij. “Soms zijn de mensen die je pijn doen mensen dichtbij. Je hebt een loyaliteit naar je ouders of naar wie voor je zorgt. Ik zei vaak dingen niet, omdat ik bang was dat mijn mama in de problemen ging komen. Je bent ook niet altijd klaar voor de stappen die zouden worden ondernomen. Soms is het gewoon fijn om te kunnen zeggen: ik voel me klein en onveilig wanneer er tegen mij wordt geroepen, zonder dat daar grote gevolgen aan hangen. Op die manier kan nupraatikerover.be een oor bieden zonder dat je iets moet doen waar je nog niet klaar voor bent.”
“Ik geloof niet in erg genoeg”
Aan jongeren die twijfelen of wat hen overkomt wel ernstig genoeg is om over te praten, geeft Adjua het meest ontwapenende antwoord uit het hele gesprek. “Ik geloof niet in erg genoeg. Praten doet sowieso deugd. Het is gezonder om te babbelen over wat er in je hoofd zit dan het op te kroppen en er alleen mee te zijn. Als je dingen voelt of denkt, dan zijn die het sowieso waard om te delen. Het maakt niet uit of dat wereldnieuws is of een ongemak.”
En over de twijfel zelf, of het nu misbruik heet of mishandeling of iets anders: “Het maakt niet uit welke titel het krijgt. Als het fout voelt voor jou, dan is dat fout genoeg. Dan verdien je erkenning en mag je gevoel er gewoon zijn. Niemand kan dat zeggen buiten jezelf.”
Van rugzak naar toolbox
Iemand zei Adjua ooit dat je van je rugzak een toolbox kunt maken. Waar staat hij vandaag in dat proces? “Al heel ver, denk ik. Door te delen, door muziek te maken, door te praten op scholen, door therapie en door een netwerk rond mij. Maar het blijft zoeken welke de juiste tools zijn. Niet alles werkt voor iedereen.”
Het is hard werk, geeft hij toe. Maar: “Het beloont ook. Ik ben aan het genieten van de zoektocht.”
Zit jij met iets waar je niet over durft te praten?
Op nupraatikerover.be kan je anoniem en gratis chatten met een medewerker, op je eigen tempo. Ook als je twijfelt of het wel over misbruik gaat. Jij beslist wat je vertelt, en wat er daarna gebeurt.
Bekijk het volledige interview met Adjua